OVERWEGING ZON-EN FEESTDAGEN

3e Zondag van Pasen 15 april 2018


Lezingen: Handelingen 3, 13-15 +17-19; 1 Joh. 2, 1-5a en Lucas 24, 35-40
Met Pasen vieren we niet alleen de verrijzenis van de Heer, dat Hij is opgestaan uit de dood en weer terug is bij zijn Vader in de hemel. We vieren ook dat wij een nieuw leven kunnen beginnen. Aan het kruis heeft Jezus zijn bloed vergoten tot vergeving van de zonden, niet alleen van ons, maar van heel de mensheid. Zo bad Hij aan het kruis: Vader, vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen. En bevrijd van zonden kunnen we een nieuw leven beginnen, een leven zonder zonde, een leven met God. Dat is de blijde boodschap van de drie lezingen van vandaag.
In het Evangelie verschijnt de verrezen Heer te midden van zijn leerlingen. Hij legt ze uit, dat zijn verrijzenis al aangekondigd werd door de Wet van Mozes, door de profeten en in de psalmen. En Hij geeft ze de opdracht om van zijn verrijzenis te getuigen aan alle volkeren, opdat allen zich bekeren en vergeving van zonden krijgen in zijn Naam. De leerlingen moeten dus niet alleen getuigen, dat Jezus verrezen is, maar ook oproepen tot bekering om vergeving van zonden te krijgen.
We zien dit ook in de verkondiging van Petrus, die we hoorden in de 1e lezing. Na de genezing van een lamme, getuigt Petrus, dat niet hij deze lamme genezen heeft, maar dat de lamme genezen is in de naam van Jezus Christus. Hij houdt het volk voor, dat het gezondigd heeft door Jezus over te leveren aan Pilatus, maar, getuigt hij: God heeft Hem uit de doden doen opstaan, daarvan zijn wij getuigen. En dan spreekt hij het volk aan als zusters en broeders en houdt hij ze voor: Ik weet dat jullie dit uit onwetendheid hebben gedaan, maar bekeert u en hebt berouw, opdat uw zonden worden uitgewist. Zoals de lamme genezen is van zijn ziekte en een nieuw leven kan beginnen, zo worden jullie genezen van zonde en kunnen jullie een nieuw leven beginnen.
En Johannes heeft dezelfde boodschap in zijn brief, waarvan we een gedeelte hoorden in de 2e lezing. Door de verrijzenis van Jezus hebben we bij de hemelse Vader een voorspreker die geheel zondeloos is en die al onze zonden goed maakt, en niet alleen die van ons, maar van heel de wereld. We moeten allen bekennen dat we zondige mensen zijn, maar we mogen ook vertrouwen, dat onze hemelse Vader het gebed van Jezus altijd zal verhoren en ons vergeving van zonde zal geven, telkens als wij er om vragen.
En, vervolgt Johannes, we kunnen een nieuw leven beginnen door ons te houden aan Gods geboden en door gehoorzaam te zijn aan Gods Woord. Gods geboden zijn door Jezus kort samengevat in het dubbel gebod van de liefde: heb God lief met heel je hart en heb je naaste lief, zoals Ik jullie heb liefgehad. Als we Gods liefde beantwoorden met onze wederliefde, dan ontstaat er tussen God en ons een liefdesrelatie en leren we God steeds beter kennen als een barmhartige Vader. En als je van God houdt, wil je ook leven zoals God je graag ziet, wil je gehoorzaam zijn aan Gods Woord. Zoals Jezus het eens zei: Mijn spijs is het, de wil van mijn Vader te doen. En God wil dat wij leven in liefde, dat wij alle mensen liefhebben zoals God ons allen liefheeft. Dat wij ons telkens de vraag stellen: hoe kan ik handelen in liefde? Hoe kan ik in liefde met deze mens leven? En het kenmerk van Jezus’ liefde is, dat het een vergevende liefde is, zoals zijn Vader barmhartig is. Jezus houdt ons dan ook voor: weest barmhartig zoals uw hemelse Vader barmhartig is. Leeft dus ook als kinderen van God, als kinderen van de liefde.
Menselijkerwijs gesproken is dit onmogelijk, maar we mogen vertrouwen, dat de verrezen Heer zijn heilige Geest geeft, die ons de kracht geeft om te doen, wat we niet uit onszelf kunnen, om te leven in liefde zoals de Heer ons liefheeft. We vieren dit in de Eucharistie. We vieren hier de dood en verrijzenis van de Heer, niet alleen als een gebeuren van 2000 jaar geleden, maar ook in het gelovig vertrouwen, dat de verrezen Heer nu leeft en ons nu vergeving geeft van zonden en ons zijn Geest van liefde geeft, om te kunnen leven als kinderen van God, als kinderen van de liefde.
Pastor P. Rentinck

 


Palmzondag 25 maart 2018

Lezingen: Jesaja 50, 4-7; Filippenzen 2, 6-11 en Marcus 14, 1 – 15, 47
We hebben het passieverhaal volgens de evangelist Marcus gehoord. Wat opvalt in dit verhaal is, dat Jezus praktisch niets meer zegt op twee uitzonderingen na. Als de hogepriester Hem vraagt: zijt Gij de Christus, de Zoon van de Gezegende? antwoordt Jezus: Ja dat ben Ik en gij zult de Mensenzoon zien zitten aan de rechterhand van de Macht en komen met de wolken des hemels. En op de vraag van Pilatus: zijt Gij de koning der Joden? antwoordt Jezus: Gij zegt het. Verder blijft Jezus zwijgen. Hij verdedigt zich niet tegen de beschuldigingen die tegen Hem ingebracht worden. Hij ondergaat alle bespotting en martelingen zwijgend zonder enig protest.
Vooraf aan het Laatste Avondmaal heeft Hij zijn leerlingen aangegeven, wat de betekenis is van zijn verwerping, zijn lijden en sterven: Hij geeft zijn lichaam en vergiet zijn bloed tot vergeving van de zonden van heel de mensheid, om zo de relatie tussen God en de mensen te herstellen in een nieuw en altijddurend verbond. En Hij kondigt aan dat Hij het nieuw zal drinken in het koninkrijk van God.
Zijn lijden en dood is het einde niet, het laatste woord dat we van Jezus kunnen zeggen. Hij zal de beker heffen in het koninkrijk van God. Dat vieren we hier telkens in de Eucharistie. Zijn kruisiging en dood is de weg naar het koninkrijk, En ieder die gelooft mag delen in het leven van het koninkrijk, nu al en in eeuwigheid.
pastor P. Rentinck

Witte donderdag 2018

Lezingen: Exodus 12, 1-8 +11-14; 1 Kor. 11, 23-26 en Johannes 13, 1-15
Jezus is zich bewust dat het uur van zijn verheerlijking is aangebroken. Hij gaat terug naar zijn hemelse Vader om als verrezen Heer te delen in zijn heerlijkheid. En juist nu gaat Hij als dienaar, als slaaf de voeten van zijn leerlingen wassen. Petrus begrijpt er niets van: Hij is de Heer en Hij gaar als slaaf mijn voeten wassen? Dat nooit! Dat is beneden de waardigheid van de Heer. Een dergelijke reactie had Petrus al eerder, toen Jezus aankondigde, dat Hij verworpen zou worden en gedood en na drie dagen zou verrijzen. Toen reageerde hij ook: dat mag U niet overkomen.
De evangelist Johannes zet het verhaal van de voerwassing op dezelfde plaats!, waar de andere evangelisten het verhaal van de instelling van de Eucharistie vermelden. Hoe Jezus aan het Laatste Avondmaal brood nam, een zegenbede sprak, het brood brak en aan zijn leerlingen gaf met de woorden: Dit is mijn Lichaam. En hoe Hij de beker nam en sprak: neemt en drinkt allen hiervan, dit is de beker van het nieuwe verbond, mijn Bloed vergoten voor u en alle mensen tot vergeving van zonden. Jezus geeft hiermee een profetisch teken van wat Hij de volgende dag zal doen: Hij ging in zijn liefde tot het uiterste door zijn lichaam te geven aan het kruis en door zijn bloed te vergieten tot vergeving van de zonden van heel de mensheid. Zo bad Hij aan het kruis: Vader, vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen.
Met de voetwassing geeft Jezus ook een profetisch teken van wat Hij de volgende dag aan het kruis zal doen. Hier trekt Hij zijn bovenkleed uit en gaat als een slaaf de voeten van zijn leerlingen wassen. De volgende dag zullen Hem ook zijn kleren worden uitgetrokken en als een slaaf sterft Hij aan het kruis en wordt zijn bloed vergoten tot reiniging van zonden.
Na de woorden over brood en wijn uitgesproken te hebben drukt Jezus zijn leerlingen op het hart: blijft dit doen om Mij te gedenken. En we doen dit telkens als wij de Eucharistie vieren. Hier zegt Jezus ook: Ik heb jullie een voorbeeld gegeven, opdat jullie blijven doen wat Ik jullie heb voorgedaan. En we geven ook hier gevolg aan door de viering van het doopsel: in het doopsel worden we gereinigd van alle zonden. Wie een bad heeft genomen behoeft zich niet meer te wassen, zegt Jezus, tenzij de voeten, hij is geheel rein. Want met de voeten blijven we in het modder van de aarde staan en krijgen daarom vieze voeten, we hebben deel aan de zondigheid van de wereld. We krijgen weer schone voeten, telkens als we elkaar de voeten wassen, als we elkaar vergeven. En doen we dat? Kunnen we dat wel?
Het is opvallend, dat deze vraag een antwoord krijgt, als de Heer op de dag van Pasen aan zijn leerlingen verschijnt. Het eerste woord dat Hij uitspreekt is het woord sjaloom, vrede met God, jullie hebben Mij in de steek gelaten, maar het wordt jullie vergeven, alles is goed tussen ons, tussen jullie en God. En dan blaast de verrezen Heer over ze en zegt: ontvangt de heilige Geest, wier zonden jullie vergeven, die zijn ze vergeven. Ze krijgen dus ook zelf de macht om zonden te vergeven. We mogen vertrouwen dat die kracht van de H. Geest niet alleen aan die eerste leerlingen werd gegeven en later aan hun opvolgers, de bisschoppen en de priesters, waar de oorsprong ligt van het sacrament van verzoening, de biecht. Want de Geest wordt ons allen gegeven in de sacramenten van Doopsel en Vormsel, met de kracht van de Geest kunnen we ook elkaar vergeven, we kunnen elkaar dagelijks de voeten wassen.
Daarom laat Jezus ons dagelijks bidden: vergeef ons onze schuld zoals ook wij aa anderen hun schuld vergeven, of vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren. En als we het moeilijk vinden, een ander te vergeven, een ander de voeten te wassen, kunnen we de heilige Geest vragen om ons te helpen, om vergevend te zijn. Als we altijd vergevensgezind zijn, zijn we trouw aan de opdracht van de Heer: Ik heb jullie een voorbeeld gegeven, opdat jullie zullen doen wat Ik jullie gedaan heb, wast elkaar de voeten, telkens weer opnieuw.
pastor P. Rentinck

Paaswake 2018
In deze nacht vieren we dat Jezus is opgestaan uit de dood en thuis is in de heerlijkheid van God, die Hij zijn hemelse Vader noemde. Het heeft dus te maken met God. We kunnen God niet zien of horen, we kunnen God niet kennen met ons verstand of ons verbeeldingsvermogen, we kunnen niet bewijzen dat God bestaat. Ieder kan zich een eigen beeld van God maken of eenvoudig zeggen, dat er geen God is. We kunnen God alleen leren kennen, als we geloven dat God tot ons gesproken heeft. En geloven kunnen we alleen met ons hart. De lezingen van deze viering laten ons zien, hoe God tot ons gesproken heeft.
God heeft tot ons gesproken door de schepping: God sprak en het was. Door zijn Woord heeft God ook de mens geschapen, man en vrouw, naar zijn beeld en gelijkenis: als we diep in ons hart kijken, leren we God kennen. God heeft ook gesproken in de geschiedenis van ons mensen. God heeft gesproken tot Abraham en een verbond met Abraham gesloten, om aan te geven dat God in liefde verbonden wil leven met Abraham en met al zijn nakomelingen, ja met alle volkeren. En Abraham geloofde.
God heeft de nakomelingen van Abraham bevrijd uit de slavernij van Egypte en een nieuw verbond met het volk Israel gesloten. God heeft gesproken door de profeten, die getuigden van de liefde van God voor zijn uitverkoren volk en opriepen om naar God te luisteren en trouw te zijn aan het verbond van God met zijn volk. Uiteindelijk heeft God gesproken door zijn Zoon. In woord en daad heeft Jezus laten zien, dat God liefde is, een liefdesgemeenschap van Vader, Zoon en heilige Geest, en ons uitnodigt om in deze liefdesgemeenschap te delen. En Jezus heeft laten zien, dat Gods liefde niet alleen uitgaat naar Israel, maar naar alle mensen. Maar ook voor Jezus geldt, dat je in zijn woorden Gods Woord alleen met je hart kunt verstaan, als je in God gelooft. Als je de liefde van God wilt beantwoorden met geloof, met je hart: pas dan ontstaat er een liefdesrelatie met God.
En dat God in zijn liefde voor ons tot het uiterste gaat, heeft Jezus laten zien door zijn leven in liefde te geven en zijn bloed te vergieten, om ons mensen te bevrijden van zonde, waardoor we afgekeerd geraakt waren van God. En dat Gods liefde sterker is dan de dood, heeft Hij laten zien door Jezus op te wekken uit de dood. Maar ook de verrijzenis van Jezus gaat alleen maar open voor wie gelooft. Dat Jezus gestorven is aan het kruis, is een historisch gebeuren. Maar dat Hij verrezen is, is een gebeuren buiten de tijd, een handelen van God. God blijft in het duister zoals de dood voor ons volkomen duister is. Alleen voor wie gelooft, kan het licht van de verrijzenis doorbreken door het duister van de dood heen.
We zien in het evangelie, hoe de vrouwen verrast werden door het open graf en van een engel de blijde boodschap hoorden: Jezus is verrezen! En we hoorden hoe de apostel Paulus getuigt, dat deze hemelse boodschap niet alleen geldt voor deze vrouwen en voor de eerste leerlingen. Door het doopsel zijn ook wij met Christus begraven en kunnen we een nieuw leven beginnen. Niet langer een leven leiden van zonden, afgekeerd van God, maar een leven als kinderen van God, als kinderen van de liefde.
In deze Paaswake vieren we hoe het Licht van Christus’ verrijzenis het duister van de dood verdrijft. We hernieuwen onze doopbeloften en worden opnieuw besprenkeld met het doopwater als uitnodiging, om opnieuw te gaan leven als kinderen van God. En we vieren de Eucharistie: de verrezen Heer geeft ons zijn lichaam en zijn bloed als teken van het nieuw en altijddurend verbond van God met ons. We ontvangen hier zijn liefde, om deze liefde door te geven aan elkaar en aan alle mensen die we ontmoeten, om zo te leven als kinderen van de liefde, als kinderen van God. We noemen dit het mysterie van het geloof. Bidden we dat het vieren van dit mysterie ons mag bevestigen in geloof, in hoop en in liefde.
Pastor P. Rentinck

Pasen  2018
Lezingen: het Paasverhaal volgens Toon Rabou
Jezus heeft tijdens zijn leven al aangegeven, dat Hij omhoog geheven zou worden aan het kruis, zoals Mozes eens de bronzen slang omhoog hief, en ieder die in geloof opziet naar Hem de Gekruisigde, die zal eeuwig leven hebben, die zal het leven met Hem delen en eeuwig leven. Alleen als je gelooft dt Jezus verrezen is, krijg je deel aan het leven met God.
Dat Jezus gestorven is aan het kruis, is een historisch feit, dat hoef je niet te geloven. Het gaat om de vraag, waarom moest Jezus sterven? Voor de leiders van het volk moest Hij sterven vanwege Godslastering: Hij, een mens zoals wij, beweerde dat Hij God was. Voor Pilatus was de reden, dat Hij in opstand was tegen de keizer door zichzelf koning der Joden te noemen. Het doodvonnis werd dan ook opgehangen aan het kruis: Jezus van Nazareth, koning der Joden.
Jezus zelf gaf aan het Laatste Avondmaal een andere reden: Hij wilde in zijn liefde tot het uiterste gaan en zijn leven geven en zijn bloed vergieten tot vergeving van zonden van heel de mensheid. En Hij spoorde zijn leerlingen aan, om zijn liefde te beantwoorden met hun wederliefde: blijft in mijn liefde, dan blijf Ik in jullie en jullie blijven in Mij. Wie gelooft, dat Jezus’ dood een teken van zijn liefde is, teken van Gods liefde, die beantwoordt zijn liefde met wederliefde. Dan ontstaat er een liefdesrelatie met de verrezen Heer, We zien dit in het verhaal van Jezus’ verrijzenis.
De verrijzenis zelf wordt niet verteld: dat speelt zich af buiten de geschiedenis in de wereld van God. Het begint met een vrouw, Maria Magdalena. Zij wordt in de evangelies genoemd als een vrouw, met wie Jezus bevriend was. Haar liefde voor Jezus heeft ze laten zien door vol aandacht naar Hem te luisteren. En later door Jezus’ voeten te overgieten met kostbare balsem. Jezus gaf toen al aan, dat zij dit deed met het oog op zijn begrafenis. Ze is Jezus ook blijven volgen op zijn kruisweg, ze stond onder het kruis en was bij zijn begrafenis. Deze Maria gaat al vroeg in de morgen na de Sabbath naar het graf, om Jezus’ lichaam alsnog te balsemen. Tot haar ontsteltenis ziet ze, dat de steen voor het graf is weggerold en het lichaam van Jezus verdwenen is. Ze trekt de conclusie: ze hebben Jezus’ lichaam weggenomen. En ze gaat dit onmiddellijk vertellen aan de andere leerlingen. Twee van hen gaan met haar mee naar het graf: Petrus en de door Jezus geliefde leerling.
Petrus heeft al zijn liefde voor Jezus uitgesproken, dat hij zijn leven voor Jezus wilde geven. Maar toen het er op aankwam, verloochende hij Jezus tot drie keer toe. Deze Petrus komt bij het graf, gaat er ook naar binnen en constateert, dat Maria gelijk heeft: ze hebben zijn lichaam weggenomen. De andere, de geliefde leerling van Jezus, is Hem trouw gebleven: die stond met Maria en met Maria Magdalena onder het kruis en de Heer vertrouwde hem toe aan zijn moeder. Deze leerling gaat na Petrus het graf binnen en zag wat Petrus zag en hij begint te geloven. Maar hij gaat toch met Petrus terug naar de andere leerlingen.
Maar Maria’s liefde was zo groot, dat zij van het graf geen afscheid kon nemen. En haar liefde wordt beloond: zij herkent de verrezen Heer in de tuinman, als Hij vol liefde haar naam ‘Maria’ uitspreekt. Ze wil Hem omhelzen, maar de verrezen Heer zegt haar dan: houdt Mij niet vast, maar ga aan mijn broeders melden, dat Ik verrezen ben. Maria gehoorzaamt aan dit bevel en gaat aan de andere leerlingen vertellen, dat Jezus verrezen is. Daarom wordt zij de apostel van de apostelen genoemd.
Door haar grote en trouwe liefde wordt de liefdesrelatie met Jezus niet verbroken, maar blijft zij in liefde verbonden met haar verrezen Heer. En dit is de blijde boodschap voor ons allen. Als wij geloven dat Jezus’ kruisdood het teken van zijn liefde tot het uiterste is en als wij zijn liefde beantwoorden met onze wederliefde, dan ontstaat er tussen de verrezen Heer en ons een liefdesrelatie en kunnen we in liefde verbonden met Hem leven, nu al en in het eeuwig leven.
We vieren deze verbondenheid in liefde hier in de Eucharistie. Met zijn lichaam en bloed ontvangen wij de liefde van de verrezen Heer en woont zijn liefde in ons hart en kunnen we delen in het leven van onze verrezen Heer. We kunnen leven als kinderen van God, als kinderen van de liefde.
Pastor P. Rentinck