OVERWEGING ZON-EN FEESTDAGEN

 

Preken van vorige zondagen kunnen bij de pastor die voorging opgevraagd worden

Tweede zondag door het jaar B,14 januari 2018

Samuel 1:3b-10.19 Johannes:1,35-42

De lezingen van deze zondag zijn zo direct en zo beeldend, dat je ze eigenlijk niet genoeg kunt horen. Het verhaal over de kleine Samuel lijkt wel een sprookje. Het jongetje – hij zal een jaar of twaalf geweest zijn – ligt te slapen
in een tempeltje in Silo.De lamp van God was nog niet uitgedoofd, staat er. Bedoeld is het olielampje dat ’s nachts altijd brandde en dat nu, bij het ochtendgloren, zwak  flikkerde. Maar je kunt ook lezen:Gods lamp was nog aan.Want ook al sliep iedereen, God was nog wakker. En dan hoort Samuel driemaal iemand roepen. Gewillig als hij is,springt hij telkens zijn bed uit en rent naar de slaapkamer van priester Levi.Hij denkt dat die hem nodig heeft. Maar Eli begrijpt tenslotte dat het God is die roept en hij zegt tegen Samuel: ”Ga maar gerust slapen.Mocht je weer geroepen worden,antwoord dan: –
Spreek,Heer,uw dienaar luistert -”.
Dan komt de climax van het verhaal.Driemaal,dat wil zeggen heel intens, heeft God Samuel geroepen.Maar nu zal de ontmoeting tussen Hem en de jongen werkelijk plaats vinden.God gaat daarom naast Samuels bed staan. Hij roept nu niet één,maar tweemaal:”Samuel,Samuel”.En die herhaling betekent:”Nu roep Ik je echt”.Samuel antwoordt:”Spreek,Heer,uw dienaar luistert”.Dat alles vond plaats voor de dageraad.Toen de natuur nog doodstil was.Want God roept in de stilte en de afzondering.Samuel hoorde alleen maar een stem.Maar hij werd daarmee door God persoonlijk aangesproken,
bij zijn eigen naam.
Het is niet voor niets dat wij vandaag dit verhaal horen naast het evange- lie,waarin de evangelist Johannes zijn eerste ontmoeting met Jezus ver- telt.Want dezelfde eenvoud waarmee God Samuel riep,vinden wij ook in de ontmoeting tussen Jezus en Zijn eerste leerlingen.Johannes de Doper zag Jezus voorbijlopen en hij maakte zijn leerlingen op Hem attent.Verder hield hij zich afzijdig.De leerlingen moesten zelf maar beslissen of zij wilden re- ageren of niet.
Maar ze konden blijkbaar niet anders.Ze voelden zich onweerstaanbaar tot Jezus aangetrokken.Die merkte dat. Daarom keerde Hij Zich om en vroeg hen:”Wat zoeken julie?”Eenvoudiger kan het niet.En dan antwoorden ze schuchter:”Heer,waar houdt U verblijf?” Dat staat tenminste in ons mis- boekje.In de nieuwe bijbelvertaling wordt dat zelfs:”Waar logeert U?”
Die Nederlandse weergaven zijn verschrikkelijk vlak.De juiste vertaling kan alleen maar zijn:”Waar woont U?”. ”Ga maar met mij mee,”antwoordt Jezus,”dan kunnen jullie het zelf zien” Ze mogen dus gelijk bij Hem thuis komen.En waar kun je iemand beter leren kennen dan bij hem of haar thuis,in zijn of haar eigen omgeving?En hoe open stelt iemand zich voor je,wanneer hij of zij je bij de allereerste kennismaking mee naar huis neemt!
Zulke dingen gebeuren en ze kunnen je leven veranderen!Dat weet ik uit eigen ervaring!Ik heb het al vele malen verteld en ik kan het ook vanmorgen niet laten.Op 8 mei 1953,’s avonds om zeven uur,ging ik hier in Utrecht op een godsdienstcursus,voor studenten,georganiseerd door de Vrouwen van Bethanië, naast een meisje zitten,dat de laatste keer,in het voorbijgaan,naar mij gelachen had.Ik had mij toen afgevraagd:”Wie is dat?De volgende keer moet ik toch eens naast haar gaan zitten”.We raakten direct aan de praat en na afloop vroeg ik haar of ik haar naar huis mocht brengen.Toen we bij het huis van haar hospita kwamen vroeg zij of ik haar kamer wilde zien.Daar ging ik natuurlijk op in.We maakten een volgende afspraak en de volgende morgen zei ik tegen mijn moeder:”Ik heb mijn vrouw ontmoet”. Dat was mij volstrekt duidelijk.Het was ook zo.
Ook Johannes vertelt vandaag over zijn eerste ontmoeting met Jezus.Een ontmoeting die ook beslissend was voor het verdere verloop van zijn leven. Hij is al heel oud,wanneer hij er in zijn evangelie over vertelt.Maar hij heeft zijn hele leven over deze gebeurtenis nagedacht en ook hij weet nog precies hoe laat het toen was.Het tiende uur.Dat is voor ons vier uur ’s middags. Toch denk ik dat het getal tien hier een symbolische betekenis heeft.We hebben tien vingers en tien tenen.Wanneer kinderen verstoppertje spelen,telt het kind dat de anderen moet zoeken tot tien. Daarna begint het te zoeken. Het tiende uur is hier het uur van de volheid,het beslissende nieuwe begin. Zoals ook in de bijbel Mozes van God de tien geboden ontvangt,waarin de hele wijze van menselijk leven wordt samengevat,die door God gewenst wordt.
De lezingen van vandaag laten duidelijk uitkomen dat een persoonlijke band tussen God en ons het wezen van het christen-zijn uitmaakt.De kleine Samuel antwoordde persoonlijk op Gods roepen.En de twee leerlingen voel- den zich persoonlijk door Jezus aangetrokken.Zeker,er zijn altijd wegwij- zers,voorlopers zoals de priester Levi en Johannes de Doper.Je ouders,bij voorbeeld,de geloofsgemeenschap waarvan je deel uitmaakt,een priester,een vriend of vriendin.Het kan ook een boek zijn of een bepaalde gebeurtenis. Maar je komt pas echt tot geloof,wanneer je zelf Jezus durft te vragen waar Hij woont en met Hem mee naar Zijn huis gaat.Jezus is juist door God in de wereld gezonden om ons dat vertrouwde gevoel:bij Hem en dus bij God thuis te zijn,te geven.Zo kunnen wij God heel nabij weten en hem in alle intimiteit ontmoeten.
Johannes komt daar in zijn evangelie en brieven niet over uitgepraat.”Het Woord bestaat vanaf het begin”,schrijft hij in zijn eerste brief.”maar wij heb- ben het gehoord en met eigen ogen gezien.We hebben het aanschouwd en met onze eigen handen aangeraakt…..Daarover spreken wij,over dat Woord dat leven is”.En in zijn evangelie laat Hij Jezus zeggen:”Als iemand Mij liefheeft,zal hij Mijn woord onderhouden.Mijn vader zal hem liefhebben en wij zullen tot hem komen en onze intrek bij hem nemen”.De leerlingen die op die middag achter hem aanliepen,hebben dat allemaal onbewust aange- voeld.Ze konden het nog niet goed verwoorden.Maar één ding wisten ze zeker:”Hij is het.Aan Hem willen wij ons toevertrouwen,met Hem willen wij verder”.En als ze hun vrienden en familieleden ontmoeten,roepen zij enthou- siast:”We hebben de Messias gevonden.Degene op wie we altijd gewacht hebben”.
Het is goed ons vandaag door de vervoering van Johannes te laten mee- slepen.Te beseffen dat God de vervulling van onze verlangens wil zijn.Dat klinkt hoogdravend.Maar het is wel het enige wat het leven waard maakt om geleefd te worden.Liefde of minstens het verlangen naar liefde is iets dat de gehele mens aangrijpt.Het eerste gebod luidt dan ook:”Gij zult de Heer,uw God,beminnen met geheel uw hart,geheel uw ziel en geheel uw verstand”. Dat duidt er al op dat het geloof niet bestaat in het aanvaarden van een aantal waarheden,maar in een totale liefdesovergave.Een overgave die het ant- woord vormt op Gods roepen.Een antwoord dat,met vallen en opstaan,in ons doen en laten gestalte kan krijgen.Mogen ook wij ons zo geroepen weten.

PASTOOR OOSTENDORP AMEN

2e Zondag door het jaar 14 januari 2018
Lezingen: 1 Samuel 3, 3b-10 +19; Johannes 1, 35-42
Voor de meesten van ons is het een goede gewoonte om op zondag samen te komen voor de viering van de Eucharistie. Het is een gewoonte en we vragen ons niet telkens af: waarom doe ik dit eigenlijk? Wat betekent het voor mij? wat zoek ik hier? Vandaag houdt Jezus ons de vraag voor: wat verlangt gij? Een vraag niet alleen voor die eerste leerlingen van toen, maar ook voor ons vandaag: Wat verlang je, vraagt Jezus. Waar kom je voor hier?
En daar hebben we allerlei antwoorden op. Ik kom voor een uur bezinning, om inspiratie op te doen. Ik wil afstand nemen van het alledaagse leven. Ik vind het goed om met geloofsgenoten samen te komen. Ik kom hier om te bidden dat het met mij en mijn dierbaren goed mag gaan, ik kom bidden voor de noden van de wereld, dat er overal vrede mag komen, dat alle mensen tot hun recht kunnen komen en menswaardig kunnen leven. Dat zijn alle nobele motieven, maar is dat wat Jezus ons te bieden heeft
Kijken we naar hoe de eerste leerlingen reageren op Jezus’ vraag: wat verlangt ge? Zij antwoorden: Rabbi, waar blijft Gij? Waarop Jezus reageert: Gaat mee om het te zen. De leerlingen gaan mee en zien waar Jezus blijft. En die dag blijven ze bij Hem. In de Nederlandse vertaling worden er telkens andere woorden gebruikt, maar in de oorspronkelijke tekst staat er telkens hetzelfde woord ‘blijven’. Jezus blijft en Hij nodigt uit om bij Hem te blijven. Als Zoon van God is hij onder ons mensen gekomen om Emmanuel te zijn, dat is God met ons. Niet af en toe, maar blijvend God met ons. En Hij verlangt dat wij zijn liefde beantwoorden door ons verlangen om bij Hem te blijven, dat wij met God zullen zijn zoals God met ons is.
Het is als tussen twee mensen: als ze merken dat ze van elkaar houden, verlangen zij er vurig naar om bij elkaar te zijn en bij elkaar te blijven. Zo is Jezus als de bruidegom, die tegen heel de mensheid, die tegen ieder van ons persoonlijk zegt: Ik houd van jou, wil je mijn liefde beantwoorden en bij Mij blijven? Jezus geeft hier de kern van ons christen zijn aan. Ik mag mij christen noemen, omdat Jezus en ik een liefdesrelatie hebben met elkaar, we zijn blijvend met elkaar in .liefde. Ook als ik tekort schiet, Hij blijft trouw, Hij blijft bij mij en ik mag bij Hem blijven.
Aan et Laatste Avondmaal, als Hij afscheid neemt van zijn leerlingen, bezweert Hij ze: Blijft in mijn liefde, dan blijf Ik in jullie. Daarom blijven we in liefde met elkaar verbonden. Daar maakt zelfs de dood geen einde aan.
Wij vieren dit altijddurend verbond hier in de Eucharistie. Wij gedenken, dat Jezus in zijn liefde voor ons tot het uiterste is gegaan en zijn leven heeft gegeven. Niemand heeft groter liefde dan wie zijn leven geeft voor zijn vrienden. We vieren dat Hij hier zichzelf aan ons geeft met zijn Lichaam en Bloed. Bidden we dat we altijd bij Hem mogen blijven.
Pastor P. Rentinck