overweging zon-en feestdagen

Preken van vorige zondagen kunnen bij de pastor die voorging opgevraagd worden

ALLERZIELEN  201

Jesaja:25,6a.7-9 Lucas;23,44-46.50.52-53;24,1-6a

Als wij vandaag onze dierbare doden herdenken dan doen wij dit vanuit het geloof dat er een leven na de dood is.En daarin staan wij,christenen,niet alleen.hoezeer ook tegenwoordig in Nederland de twijfel hierover toeneemt.
Toch is daar wel iets tegenin te brengen.We kennen allemaal de pyramides van Egypte waar farao”s als mummies werden bijgezet,omringd door huisraad,en zelfs door beeldjes die bedoeld waren om in het hiernamaals in hun knechten te veranderen.De Egyptenaren gingen er dus al vanuit dat er leven na de dood was.Dat verminderde hun angst om te sterven.Want,zij waren overtuigd van hun voortleven,omdat zij in goden geloofden die hen tot hun rijk zouden toelaten.
Datzelfde geloof vond je b.v.bij de Noormannen,die daarom hun vorsten in hun schepen begroeven,zodat zij in de onderwereld konden blijven varen.Ruitervolkeren begroeven hun leiders met hun paarden,die dan in het hiernamaals bereden konden worden.
Wij,christenen,gaan steeds beter beseffen dat Jezus een Jood was,die,zoals Mozes en de profeten,geloofde dat deze aarde door de ene God geschapen was.En dat Hij ook met de mens een verbond had gesloten om samen met Hem aan de voltooiïng van die schepping te werken.Dat kon de mens doen door alle geboden van de Thora,de Joodse Wet,te onderhouden.Want die geboden waren erop gericht om de schepping als een gave van Gods liefde te eerbiedigen en de liefde tot Hem en de naasten tot de enige norm van al ons handelen te maken.
Toch weten wij dat niet alle Joden in Jezus’tijd in een leven na de dood geloofden.Een bepaalde groep,de Saduceeen, erkende alleen de eerste vijf boeken van het Oude Testament als de bron van Gods openbaring.En daarin,zeiden ze,stond niets te lezen over een leven na de dood,ondanks het steeds weer beleden vaste geloof in de ene God.
Die Sadduceeën wilden wel eens graag horen hoe Jezus hier over dacht.Daarom legden zij Hem een extreem geval van wetsonderhouding voor.”Meester”,zeiden ze,”stel je voor,een vrouw is zeven keer getrouwd geweest.Met zeven broers,die na elkaar gestorven zijn zonder een kind bij haar te verwekken.Ze hadden toch de wet vervuld die voorschrijft dat na de dood van een kinderloze broer,zijn broer de weduwe moet trouwen om alsnog een kind voor die overleden broer te verwekken?En eens getrouwd blijft getrouwd,niet waar?Maar als zij met zijn allen verrijzen,blijft die vrouw dan de hele eeuwigheid met die zeven mannen verbonden?Dat zal me een ruzie geven!
In Zijn antwoord op de vraag van de Sadduceeën stelt Jezus dat je de situatie van hier en nu niet kan vergelijken met die na de verrijzenis.Daar – in de andere wereld – wordt niet meer gehuwd.Die andere wereld is immers de voltooiïng en niet zomaar de voortzetting van ons aardse leven.Want wij mogen in ons leven dan met God aan zijn scheppingswerk meegewerkt hebben,maar de voltooiïng kan alleen door Hem geschieden.
En waarin bestaat die voltooiing?Dat God alles in allen zal worden.Die opname in Hem gaat totaal van Hem uit.Ons christelijk geloof in een leven na de dood berust dus niet op angst,maar op het geloof in Gods eeuwige liefde en trouw jegens ons.Paulus schrijft daarom dat God Jezus uit de doden heeft opgewekt als de eerste van ons,mensen.Zijn verrijzenis is voor ons het onderpand van ons eigen voortleven in God.Daarom zei Jezus bij het laatste avondmaal tegen zijn leelingen dat Hij een plaats voor hen ging bereiden en dat waar Hij Zelf zou voortleven,bij Zijn Vader,ook plaats zou zijn voor velen.
Dat is ook voor ons een grote troost en bemoediging.Wij mogen erop vertrouwen dat deze belofte van Jezus ook voor Uw zus en tante geldt.Samen met haar hebt U al mogen ervaren hoe een grote verbondenheid van mensen op deze aarde mogelijk is.En is bloedverwantschap en vriendschap,bewogenheid met het lot van een ander,niet het begin van de allen en alles omvattende liefde waartoe wij door God geroepen zijn?En waarvan wij hopen dat Hij die eens volledig in ons zal verwezenlijken?
Maar we kunnen dit pas hopen,nadat we in de geloofsbelijdenis beleden hebben:”Ik geloof in God,de almachtige Vader.Ik geloof in Jezus Christus,Zijn eniggeboren Zoon.Ik geloof in de Heilige Geest,die levend maakt”.Want geloven in betekent:je toevertrouwen aan.Wij geloven dat de dood het einde niet is,omdat God ieder van ons totaal bemint.”Hij is een God van levenden,niet van doden”,zegt Jezus.Daarom mogen wij erop vertrouwen dat onze doden in Gods oneindige liefde zijn opgenomen.

Pastor Oostendorp Amen

31e Zondag door het Jaar 4/5 november 2017
Lezingen: Maleachi 1, 14b 2, 2b + 8-10; 1 Tess. 2, 7b-9 + 13 en Matteus 23, 1-12
Jezus is niet de eerste die felle kritiek heeft op farizeeën en schriftgeleerden, tegen de leiders van het volk Israel. Een hele rij van profeten van voor en na de ballingschap zijn Hem hierin voorgegaan. In de 1e lezing hoorden we de kritiek van de profeet Maleachi, die optrad vlak na de ballingschap van Babylon. Ook Maleachi spreekt namens God een vernietigend oordeel uit over de priesters van zijn tijd. We zien het in heel de geschiedenis van Israel terug. In plaats van het volk te leiden, om trouw aan het verbond van God met zijn volk te leven, zijn ze uit op eigen eer en glorie, op eigen gewin.
Jezus waarschuwt zijn leerlingen, dat ze het anders moeten doen. Maar in heel de geschiedenis van de kerk zien we voortdurend kerkleiders, die geen haar beter zijn dan de leiders van het volk Israel. We hebben bovendien het nadeel, dat er bij ons in de kerk geen profeten meer zijn die namens God spreken. De profetische taak ligt bij de leiders van de kerk, de bisschoppen en priesters. Wij zijn niet alleen de leiders, maar ook profeten en leraren en priesters. Voor ons is het daarom belangrijk om kritisch te zijn naar onszelf, om open te staan voor de kritiek van collega’s en om goed te luisteren naar wat er leeft in het volk van God.
De hogepriesters en schriftgeleerden lieten zich graag Rabbi, meester, noemen en verwachtten zo ook geëerd te worden. Zij waren de deskundigen die de Wet goed kenden, terwijl ze te maken hadden met een volk, dat de Wet niet eens kenden, vonden ze, laat staan dat ze die onderhielden. Jezus roept zijn leerlingen op, zich geen rabbi te laten noemen. Jullie hebben maar één leraar en dat is Christus. We worden allen geroepen om leerlingen van Christus te worden en om leerlingen te blijven, om telkens weer bij Christus in de leer te gaan. Bisschop Augustinus, die later tot kerkleraar is uitgeroepen, benadrukte het telkens weer in zijn preken: het lijkt wel alsof ik de leraar ben die op de leerstoel zit tegenover jullie, maar met jullie ben ik leerling en ik wil jullie helpen om goede medeleerlingen te worden.
Een tweede kwaal, die Jezus ze verwijt is, dat ze dachten dat ze meer waren en een hogere waardigheid hadden dan de gewone mensen. Jezus houdt ons voor, dat we allemaal gelijk zijn als kinderen van God. De hoogste waardigheid voor ons mensen is, dat wij kinderen van God genoemd worden en het ook zijn. Die hoogste waardigheid hebben we allen van God gekregen, niet op grond van onze verdiensten, maar omdat God als een vader van ons houdt. En deze onderschei-ding is blijvend, geldt ook na de dood, als we als kinderen van God mogen leven in de vreugde van het hemels Vaderhuis. Als je leider bent sta je niet boven de anderen, maar moet je jezelf zien als dienaar van je zussen en broers, je staat onder de anderen om ze te dienen. Wie de grootste onder u is, moet dienaar zijn, houdt Jezus ons voor. En Hij heeft zelf het voorbeeld gegeven door als een dienaar, een slaaf, de voeten te wassen van zijn leerlingen en door als een slaaf te sterven aan het kruis. Hij heeft zichzelf vernederd, zegt Paulus, en daarom is Hij door God, zijn Vader, hoog verheven en deelt Hij nu in de heerlijkheid van zijn hemelse Vader.
Als we Jezus in zijn vernedering volgen, mogen ook wij hopen, dat we verheven worden tot de hoogste waardigheid: als kinderen van God te leven in de vreugde van het hemels vaderhuis.
Pastor P. Rentinck

ALLERHEILIGEN 1 NOVEMBER 2017

OPENBARING:7,2-4.9-14 MATTEUS:5,1-12A

OP ALLERHEILIGEN – DE NAAM ZEGT HET AL – WIL DE KERK IEDEREEN VIEREN DIE HEILIG IS.MAAR ALS WIJ HET WOORD HEILIGEN HOREN, DENKEN WIJ AUTOMATISCH AAN BEPAALDE PERSONEN:PETRUS EN PAULUS, FRANCISCUS VAN ASSISI,THERESIA VAN LISIEUX EN NOEM MAAR OP.IN VEEL KERKEN VIND JE HUN BEELDEN,DE KATHEDRALEN IN ZUID-EUROPA STAAN ER VOL VAN.MAAR IK DENK DAT DE MEESTE NEDERLANDSE KATHOLIEKEN TEGENWOORDIG NAAR DIE BEELDEN KIJKEN ZONDER EEN STERKE BAND TE VOELEN MET DE PERSONEN DIE ZIJ VOORSTELLEN.WANT HEILIGEN LIJKEN HEEL VER.TEN EERSTE ZIJN ZE ALLEMAAL AL DOOD.EN ZE HEBBEN BOVENDIEN OP EEN MANIER GELEEFD WAAR WIJ NIET AAN KUNNEN TIPPEN.FRANCISCUS XAVERIUS,BIJ VOORBEELD,ZEILDE IN DE ZESTIENDE EEUW OP EEN WRAK SCHIP NAAR INDIË,PREDIKTE OOK IN ANDERE AZIATISCHE LANDEN EN WERKTE ZICH DAAR DOOD ALS MISSIONARIS.HIJ WERD SLECHTS 46 JAAR.THERESIA VAN LISIEUX TRAD ALS 16-JARIG MEISJE IN EEN KOUD EN VOCHTIG KLOOSTER EN STIERF OP 24-JARIGE LEEFTIJD AAN TUBERCULOSE,NA VEEL ZIEKTES EN VERDRIET.
EN LATEN WIJ ONZE KERKPATROON NIET VERGETEN:ALOYSIUS.HIJ STIERF OP 23-JARIGE LEEFTIJD AAN DE PEST,OMDAT HIJ PESTLIJDERS HAD VERZORGD.
WE HEBBEN GROTE BEWONDERING VOOR DEZE MENSEN,MAAR TEGELIJ- KERTIJD HET GEVOEL DAT ZIJ HEEL ANDERS WAREN DAN WIJ.TOCH HOEF
JE GEEN KRACHTPATSER TE ZIJN OM HEILIG TE WORDEN.SIMONE WEIL, EEN FRANSE JODIN,DIE ZICH HEEL HAAR LEVEN MET HET CHRISTENDOM HEEFT BEZIGGEHOUDEN,HEEFT EENS GESCHREVEN:”IK HOUD NIET VAN DE MANIER WAAROP CHRISTENEN OVER HEILIGHEID SPREKEN.ZIJ PRATEN EROVER ZOALS EEN BANKIER OF EEN INGENIEUR OVER HET GENIE VAN EEN DICHTER SPREEKT,ALS IETS MOOIS DAT ZIJ ZELF NIET BEZITTEN.ZIJ BEWONDEREN HET WEL.MAAR ZIJ DENKEN ER GEEN MOMENT AAN ZICHZELF TE VERWIJTEN DAT ZIJ HET ZELF NIET BEZITTEN.IK VIND DAT HEILIG- HEID VOOR EEN CHRISTEN VANZELFSPREKEND MOET ZIJN”.
DAT ZIJN WARE WOORDEN.ZE GEVEN AAN DAT HEILIGHEID BIJ HET CHRISTEN-ZIJN HOORT.SINT PAULUS NOEMT DE CHRISTENEN NAAR WIE HIJ SCHRIJFT,DAAROM EENVOUDIGWEG:”HEILIGEN”.HEILIGEN,DAT ZIJN WIJ DUS OOK.EN HET FEEST VAN ALLERHEILIGEN IS DUS EEN FEEST VAN ONS ALLEMAAL.
MAAR WAT BETEKENT HET DAN,DAT OOK WIJ HEILIG ZIJN? IN HET OUDE TESTAMENT STAAT AL DAT IEDERE MENS TOT HEILIGHEID IS GEROEPEN.
“WEEST HEILIG,WANT IK,DE HEER,UW GOD,BEN HEILIG”,LEZEN WIJ IN HET BOEK LEVITICUS.EN HOE WORD JE DAN HEILIG? DOOR HEEL GEWONE DINGEN TE DOEN,VINDT DE SCHRIJVER.JE EVENMENS NIET UITBUITEN, RECHTVAARDIG LOON NIET ACHTERHOUDEN,BLINDEN NIET LATEN STRUI- KELEN,VREEMDELINGEN LIEFHEBBEN ALS JEZELF.JE KUNT HET OOK ANDERS FORMULEREN:PROBEREN IEDEREEN RECHTVAARDIG TE BEHANDELEN,IEDEREEN ZIJN OF HAAR PLEKJE TE GUNNEN,OOG TE HEBBEN VOOR DE PROBLEMEN VAN ANDEREN,BELANGSTELLING VOOR MENSEN DIE ZIEK OF BEJAARD ZIJN,JE KINDEREN LIEFDE GEVEN,OOK AL GAAN ZE EEN ANDERE WEG DAN JIJ.
DAT HOEFT NIET TE BETEKENEN DAT JE ALLES IN ÉÉN KEER GOED MOET DOEN.MAAR WEL DAT JE JE ERTOE DWINGT STEEDS WEER NAAR DATGENE TE STREVEN WAAR HET IN HET LEVEN OM GAAT:ZELF EEN HARMONISCH MENS WORDEN,EEN HEEL MENS,VAN WIE ANDEREN OP AAN KUNNEN.
WANT HEILIGHEID BETEKENT EIGENLIJK NIETS ANDERS DAN HEEL- HEID,GEZONDHEID.MAAR DAN EEN HEELHEID,EEN GEZONDHEID DIE TE MAKEN HEEFT MET DE MANIER WAAROP JE IN HET LEVEN STAAT.DE MENS IS GELUKKIG MEER DAN ZIJN LICHAAM.ZIEKEN,GEBREKKIGE MENSEN KUNNEN DIKWIJLS HEEL HEILIG ZIJN,HEEL SEREEN EN VOL ZORG VOOR ANDEREN.DAAROM PRIJST JEZUS VANDAAG JUIST ZULKE MENSEN ZALIG. “ZALIG ZIJN ZIJ”,ZEGT HIJ,”DIE ARM VAN GEEST,EENVOUDIG DUS, GERICHT OP ÉÉN DOEL ZIJN”.EN DIE DAAROM TREUREN OM HET ON- RECHT,BARMHARTIG ZIJN EN VREDE BRENGEN”.DAT ZIJN MENSEN NAAR ZIJN HART,DAT ZIJN HEILIGEN.
ALS JE HET ZO BEKIJKT,KOMT HEILIGHEID HEEL DICHTBIJ.DAN WETEN WE GELIJK DAT JE GEEN KRACHTPATSER HOEFT TE ZIJN OM HEILIG TE WORDEN.IN DE EERSTE LEZING HOORDEN WIJ DAT EEN ONTELBARE MENIG- TE UIT ALLE RASSEN,VOLKEREN EN TALEN VOOR GODS TROON STAAN.DAT ZIJN ALLEMAAL MENSEN DIE HUN TAAK VOLBRACHT HEBBEN.EN IEDER HAD OP DEZE WERELD ZIJN OF HAAR EIGEN KLEINE OF GROTE TAAK.MAAR ZE KOMEN ALLEMAAL HIERIN OVEREEN DAT ZIJ ERNAAR GESTREEFD HEBBEN OM GOED TE ZIJN VOOR ANDEREN.DIE LIEFDE EN GOEDHEID IS GELEIDELIJK
IN HEN TOEGENOMEN,ZODAT ZIJ STEEDS MEER OOG KREGEN VOOR HUN EVENMENSEN.
IN DE TWAALF ARTIKELEN BELIJDEN WIJ:”IK GELOOF IN DE GEMEEN- SCHAP DER HEILIGEN”.DAT VIEREN WIJ OOK VANDAAG.DAT WE BIJ EL- KAAR HOREN EN DAT DE BAND DIE ONS BINDT ZO STERK IS DAT ZELFS DE DOOD DIE NIET KAN VERBREKEN.DE MENS IS MEER DAN ZIJN LICHAAM,
HEELHEID,HEILIGHEID IS DAAR NIET AAN GEBONDEN.DAAROM BELIJDEN WIJ OOK DAT ONZE HEILIGE GEEST ZICH EENS IN GODS GESST ZAL SPIEGELEN.MOGEN WIJ DAARNAAR TOEGROEIEN EN HET EENS IN ALLE VOLHEID BEZITTEN.SAMEN MET ALLE GROTE EN KLEINE HEILIGEN.EN MOGEN WIJ ONS,TIJDENS ONS LEVEN, GESTERKT VOELEN DOOR HET VOORBEELD VAN ALLEN DIE ONS DAARIN VOORGINGEN.

PASTOR OOSTENDORP AMEN